Als de elektrische voertuigen massaal de straat zullen inpalmen, dan zal dit zorgen voor een grotere vraag naar elektriciteit. Een elektrische wagen is net zo milieuvriendelijk als dat de energieleverancier dit is. Dit kan als een potentieel nadeel van de elektrische wagen gezien worden.
Als we kijken naar de energiemix ten behoefte van elektriciteitsopwekking in onderstaande figuur
(figuur verkregen via www.plan.be = Het Federal Planbureau), dan zien we dat we momenteel in België vooral inzetten op aardolie, aardgas en kernenergie. Als we kijken naar wat de toekomst brengt, dan kunnen we zien dat aardgas en de hernieuwbare energiebronnen een sterke groei zullen kennen. Men verwacht dat tussen 2000 en 2030 hun verbruik respectievelijk met 84 en 200 % zullen toenemen. Dit kunnen we alleen maar toejuichen !
(figuur verkregen via www.plan.be = Het Federal Planbureau), dan zien we dat we momenteel in België vooral inzetten op aardolie, aardgas en kernenergie. Als we kijken naar wat de toekomst brengt, dan kunnen we zien dat aardgas en de hernieuwbare energiebronnen een sterke groei zullen kennen. Men verwacht dat tussen 2000 en 2030 hun verbruik respectievelijk met 84 en 200 % zullen toenemen. Dit kunnen we alleen maar toejuichen !

Vermits hernieuwbare energie een steeds grotere rol speelt in de primaire energievraag, groeit haar aandeel aanzienlijk van 1,3 % in 2000 naar 3 % in 2020 en 3,7 % in 2030. Net als voor aardgas is die groei vooral toe te schrijven aan de elektriciteitsproductie. Windenergie en biomassa zijn de energievormen die het meest bijdragen tot de verwachte toename. Windenergie kent relatief gesproken de grootste groei, namelijk van 1 ktoe ( 1 ktoe = 41.868 T J (tera joule) ) in 2000 naar 288 ktoe in 2030; het grootste gedeelte van die groei zou zich tussen nu en 2010 situeren (31,2 % per jaar).
Biomassa zou daarentegen de sterkste groei kennen in absolute termen met +1060 ktoe over de periode 2000-2030. Momenteel wordt biomassa voornamelijk gebruikt voor de productie van elektriciteit en voor de verwarming van gebouwen, maar op het einde van de projectieperiode zou biomassa voor 60 % worden gebruikt voor de productie van biobrandstoffen; dat gebruik zou dan ook het grootste gedeelte van de toename van de vraag naar biomassa vertegenwoordigen. De groei van waterkracht, geothermische en zonne-energie, ten slotte, zou te verwaarlozen zijn vooral vanwege de beperkte middelen en omdat, met name voor waterkracht, de meeste sites al worden geëxploiteerd.
Bron: www.plan.be
Bron: www.plan.be
We kunnen dus besluiten dat de toekomst qua hernieuwbare energiebronnen er rooskleuriger uitziet dan pakweg tien jaar geleden. Toch moeten we blijven inzetten op deze hernieuwbare energiebronnen. Men kan de toename van 200% in het verbruik van de hernieuwbare energiebronnen mooi verkopen als een grote verbetering, maar als we kijken naar de grafiek dan zien we dat we dat dit nog steeds maar een fractie is van het totale energieverbruik. Daarom pleiten wij voor het bouwen van meer windturbineparken (bij voorkeur deze met een groot vermogen zoals het windmolenpark in Estinnes waar 11 windmolen staan van 6MW) en het plaatsen van zonnepanelen bij particulieren en bedrijfsparken.
Daarnaast dienen we er ook aan toe te voegen dat de elektrische voertuigen energie aan het net moeten kunnen teruggeven. Er zal echter nog veel onderzoek en ontwikkeling nodig zijn alvorens we dit concept kunnen implementeren. Momenteel is ons distributienet van elektrische energie niet voorzien op een bidirectionele energiestroom. De hoge investeringskosten vormen hier een grote barrière. In een volgende blog zullen we dieper ingaan op de het elektriciteitsnetwerk en de elektrische wagen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten